Wat betekent het woord menselijk nu eigenlijk? Het is zo’n woord waarover ik vaak en diep nadenk. Misschien is het triviaal, maar wie talen gestudeerd heeft komt ongetwijfeld in aanraking met de diepte van woorden zelf. Zelfs als zij in de praktijk zo oppervlakkig schijnen.

Menselijkheid, de menselijke maat; dus geen berengedrag of honds brutaal. Al de gestapelde pre-breinen ten spijt, denken vanuit een dierlijk perspectief is onmogelijk. Er is geen ervaring gecodeerd voor hinde lopen of vogelzang. Toch herrinner ik mij de keer, dat er iemand met Gille de latouret syndroom aan de vergadertafel zat. Hij heeft last van ongecontrolleerde uitspraken, misschien zelfs wel obscene taal. De vergadering werd opeens ongemakkelijk. Je voelde dat de spanning als alcohol traag door het lichaam kroop. Niet wetend welke wellicht onaangename verrassing ons te wachten stond. Zo uit de comfort zone is het leven een beetje leeg en eenzaam. Helemaal teruggeworpen op de eigen klein menselijkheid. In de wereld staan is erg confronterend. En wel het meest met de eigen ik.

Jannes schreeuwde dus ook van alles over de straat. Of hij Gilles had weet ik niet. Ik was jong en beschermd. Zo ben ik er nooit achter gekomen of hij gevaarlijk kon zijn. Maar als teener fietste ik vaak langs Jannes. Hij leek eigenlijk wel aardig. Een grote rondborstige man met zijn grijsgroene broek. Vaak met versleten handshoenen zonder vingers en zijn truien en t-shirts over elkaar. Jannes regelde het verkeer en mijn poging om zijn diepere menselijkheid te peilen liep op niets uit. Hij deed zijn ding, hoewel dat toen nog niet bestond.

Jaren later kwam ik Jannes weer een keer tegen. Dit maal onderzocht ik menselijkheid aan de onderkant van de samenleving. Het beschermende heb ik nooit meer af kunnen leggen. Een wilde meid was ik niet geworden. Jannes zat in zijn stoel naast de deuropening. Iets ouder geworden maar nog steeds herkenbaar. Mij herkende hij niet meer, hoe kan het ook. Met een ontstoken opgezwolle voet en veel groengrijze kledinglagen leek het of de tijd had stil gestaan. Zijn leven, maar ook het mijne. Jannes diep omwikkeld in een grove stoffige wollen deken had mij geleerd; in stilte weliswaar, wat in diepte menselijkheid betekent.

Ik weet niet of Jannes nog leeft. Maar met dit kleine stukje schrijven is er tenminste een persoon die zijn menselijkheid bewaard heeft. Omdat Jannes zo onmiskenbaar hoorde bij de parkeerplaatsen van het postkantoor of op het plein bij de Brink….