“Raak me liever niet aan”, zei hij toen we bij toeval met elkaar in gesprek kwamen. Hij bewoog wat op en neer, beweeglijker dan de meeste mensen; wanneer je met mensen praat.

Hij moest veel hebben meegemaakt, anders stond hij daar niet buiten. En mensen die veel hebben meegemaakt kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen. Toch wilde ik vriendelijk zijn. Mijn eigen gedrag stond vroeger bekend om zijn conflict sussende werking. Zijn woorden haalde mijn zoon voor mijn geest.
Het trauma van een vacuum geboorte heeft hem lang parten gespeeld. Zijn hoofd was een no touch zone.

“Raak me niet aan”

In Therapy –

zijn dus woorden die dwingen tot respectvol handelen. Ze bakenen een territorium af. Ze geven bescherming in een sociale context. Mijn drang om hem daarom juist aan te raken, slikte ik dus in. Ik realiseerde me dat hem vertrouwen geven lag in het feit, dat ik zijn levensruimte respecteerde. Later misschien als hij weer vertrouwen kreeg in zijn medemensen, dan zal iemand anders hem aanraken. Hij stak bedreven zijn sigaret op en ratelde ondertussen in hoog tempo verder. De neiging om hem te categoriseren dwong ik bewust naar de achtergrond. Ik was een soort van gastvrouw. In die functie is een mate van vriendelijke onverstoorbaarheid een deugd.

Zie de mens; hij is zoekende. En ik zag dat het goed was. Een spontane ontmoeting.